Daar sta je dan, om 2:00 in de nachten microfoons op te hangen en met stofzuiger slangen te zwaaien

Matthijs Kieboom is een van de meest gewilde en ervaren filmcomponisten van Nederland. Ondanks zijn relatief jonge leeftijd heeft Matthijs al meer dan 10 jaar ervaring en is hij onlangs benoemd tot hoofd filmmuziek van het conservatorium van Enschede, een van de beste van ons land.

Matthijs beleefde zijn grote doorbraak in 2017 toen hij, na meerdere films & tv series te hebben voorzien van zijn muziek, de score verzorgde voor de documentaire ‘Wild’, over de Nederlandse natuur en onze wilde dieren. De documentaire was een grote hit, met meer dan 1,5 miljoen kijkers op TV en het was tevens de eerste soundtrack van Matthijs welke een release op CD kreeg. Deze score leverde Matthijs meerdere award nominaties op, inclusief die voor ‘International Film Music Critics Association Award’ voor ‘Beste originele muziek voor een documentaire’.

Matthijs heeft verder ook de muziek verzorgd voor ‘Verliefd op Ibiza’, samen met Armin van Buuren, ‘Gek van Oranje’, ‘Dummie de Mummie’ en werkt momenteel aan ‘De Piraten van Hiernaast’.

Celwin Frenzen in gesprek met Matthijs Kieboom

CF: Matthijs, van harte welkom bij Movie Tunes.

MK: Dank je wel, bedankt voor de uitnodiging.

CF: We gaan het vandaag over heel veel zaken hebben, en natuurlijk muziek van jou luisteren. We beginnen zo met Dinky uit de film Dummie De Mummie. Kan je vertellen hoe de muziek voor deze film tot stand is gekomen?

MK: Ja, inmiddels hebben we drie films gehad en volgens mij blijft het daar ook wel bij. Het leuke aan het project was de enorme diversiteit. We hebben de muziek zo grappig mogelijk gemaakt, maar ook serieuze thema’s besproken. In elke film zat een serieus thema. Bij 1 was dat de dood van de moeder, bij 2 de pijn van het ouder worden en bij 3 heimwee. Zo had elke film dus een heel serieus onderwerp, en ondanks dat we heel grappig probeerden te zijn met de muziek hebben we ook geprobeerd een serieus verhaal te vertellen.

CF: Dat grappige aspect, hoe heb je dat vertaald naar de muziek?

MK: Ik heb een hele grote verzameling aan rare snaarinstrumenten. Daar heb ik heel veel lol mee dan, om met banjo’s en ukelele’s en andere rare instrumentjes zo grappig mogelijke muziek te maken. Dummie De Mummie heeft ook een soort western tintje, wat je zal horen in de muziek.

CF: Laten we eens terug gaan naar het begin. Ben je muzikaal opgeleid of heb je het zelf aangeleerd?

MK: Van jongs af aan was ik gefascineerd door muziek en kom ook uit een enorm muzikaal gezin, wat wil zeggen dat mijn ouders enorm veel muziek luisterden. Dat ging van klassiek tot stevige rock en alles daar tussen in. Op een gegeven moment begon ik cello te spelen, maar ben ik overgestapt naar basgitaar. Mijn broer was aan het drummen, en ik dacht “cello is leuk, maar ik wil ook wel in een bandje”. Op mijn 14e ben ik naar de HAVO voor muziek & dans gegaan, wat de vooropleiding voor het conservatorium is. Dat heb ik nooit afgemaakt omdat ik alleen maar muziek aan het maken was en de andere vakken nauwelijks volgde. Vervolgens ben ik van school gegaan en heb ik een management opleiding gedaan, maar had ik al heel snel door dat ik terug de muziek in wilde. Ik heb die management opleiding wel afgemaakt, maar tijdens die vier jaar ben ik een planning gaan maken en op een gegeven moment vielen alle puzzel stukjes samen door mijn voorliefde voor film & muziek; ik wil de filmmuziek in. Ook het symfonische werk en meer orkestrale, maar vooral dat er geen regels zijn in de filmmuziek trok mij heel erg aan. Als ik en de regisseur vinden dat er bij deze film een neusfluit en een harp passen, dan is dat zo.

CF: Dat hoor je inderdaad vaker van componisten, je bent met filmmuziek niet gebonden aan een genre.

MK: Nee, en wellicht het leukste van het componeren voor een film is dat je vantevoren na gaat denken, ‘ok, maar wat wordt mijn instrumentenpallet?’. Net als je bij schilderen de juiste kleuren kiest, kies je bij filmmuziek de juiste instrumenten. Wellicht zijn er instrumenten die totaal niet bekend zijn maar wel perfect passen bij wat we willen vertellen met de film. Bij elk project gebruik ik wel een instrument dat niet standaard is. Bij Dummie De Mummie was dat bijvoorbeeld een Ney, een Turkse Fluit, welke heel veel in de soundtrack voorkomt.

CF: Wat was de eerste film waarbij jij dacht, dit wil ik ook? Ik ga de filmmuziek in.

MK: De eerste keer dat ik echt realiseerde dat ik dit wilde was toen ik 14, nee 16 was denk ik. In het tijdsbestek van een week zag ik Interview With A Vampire en Atlantis, een niet zo heel goede Disney animatie film. De muziek van beide films was verschrikkelijk bepalend voor de sfeer van de film. (Interview With A Vampire was van James Newton Howard, Atlantis van Elliott Goldenthal). Ik heb bij Elliott de kans gekregen om hem persoonlijk te vertellen hoeveel zijn muziek voor me heeft betekent. Maar die twee films en de muziek daarvan waren wel heel bepalend, dat ik dacht: wow maar dit is vet. Toen wist; dit wil ik.

CF: Elliott Goldenthal, je zegt ik heb het hem persoonlijk kunnen vertellen. Hoe is dat tot stand gekomen?

MK: Ja klopt, ik heb hem nu 3 of 4 keer ontmoet. Ik zal niet zeggen dat het een vriend van me is, maar we mailen af en toe met elkaar. De eerste keer dat ik hem ontmoette raakten we aan de praat. Het leuke was, ik ben natuurlijk wel een fan, maar op het moment dat ik met hem praat ben  ik vooral heel erg benieuwd naar ‘hoe heb je dat dan gedaan’. Daar kwamen echt hele leuke gesprekken uit. De laatste keer dat ik hem zag was in Polen, ik was bij een concert waar muziek van hem gespeeld werd en na afloop kwam hij naar me toe en gaf me een hele stapel met de bladmuziek van dat concert. Die staat nu heel trots op mijn lessenaar in mijn studio, met aantekening van hem zelf erin.

CF: Dat kan ik me goed voorstellen ja. Voor de mensen die het niet weten, jij bent ook hoofd van de filmmuziek afdeling bij het conservatorium in Enschede. Hoe ben je daar zo terecht gekomen?

MK: Die hebben me gebeld. “We hebben iemand nodig die de filmmuziek afdeling wil leiden.” Degene die er was, een wat ouder persoon, ging met pensioen en ze wilden graag een frisse wind. Ik vond dat heel spannend, want het gevaar bij mij is dat het componeren absoluut op nummer 1 staat. Ik ga geen projecten afzeggen om les te geven, het zal eerder andersom gebeuren. Maar daar stonden zij heel erg voor open, en dat was geen probleem. En het is echt heel erg leuk, zo ben ik nu met een speelfilm bezig (De Piraten van Hiernaast) en daar betrek ik mijn leerlingen heel erg in. In een bepaalde scene zit bijvoorbeeld een stuk met een koor in, en dan laat ik alle leerlingen uitschrijven en het mooiste arrangement gaan we dan ook op die manier doen en komen ook op de credits van de film terecht. Je merkt dat daar sommige leerlingen dan heel ‘eager’ bovenop springen om dat te doen, en dat vind ik erg leuk. Om ze die kans te geven.

CF: We gaan even terug naar muziek. Je hebt mij de afgelopen week een aantal stukken gemaild van anderen, die je mooi vond en we hier konden laten horen. Ik heb hier de Main Title van North By Northwest van Bernard Herrmann voor me. Waarom heb je deze gekozen?

MK: Ja, ontzettend gaaf. Ik zal ook even uitleggen waarom ik dat zo gaaf vind. North By Northwest is een film waarin de hoofdrol speler wordt opgejaagd door zowel de mafia als de politie, dus de hele film wordt er gejaagd. Bernard Herrman heeft dat benadrukt door een fandango te pakken, een traditionele Spaanse dans. Door dat heel snel te spelen krijg je een opzwepend ritme, en doordat hij het de hele film door gebruikt krijg je de gehele film een enorm gehaast gevoel. En dat werkt waanzinnig goed.

CF: We hadden het zojuist over jouw opleiding en hoe je in de filmmuziek terecht bent gekomen. Weet je nog wat het allereerste project was dat je hebt gedaan?

MK: Mijn allereerste echte filmproject… dat was Foeksia de Miniheks, samen met Martijn Schimmer. Mijn toenmalige werkgever, later hebben we samen nog een bedrijfje gehad. Dat was voor Johan Nijenhuis.

CF: Hoe ben je daar toen zo aangekomen? Ik kan me inmiddels voorstellen dat mensen je weten te vinden wellicht.

MK: Ja klopt, ik ben rond die tijd opgepikt dus door Martijn Schimmer. Een grote media componist uit Barendrecht, grote tv projecten als The Voice en DWDD komen bij hem vandaan. Maar hij heeft ook heel veel drama gedaan. Recentelijk ook de nieuwe film van Johan Nijenhuis, De Beentjes van Sint-Hildegard, met Herman Finkers. Martijn had die connectie al, en die film hebben we toen samen gedaan. Daarna heb ik steeds meer gepakt en ben ik me steeds meer gaan specialiseren in film.

CF: Zo moet je er volgens mij ook wel een beetje inrollen toch? Via via..

MK: Ja het is lastig. Op het conservatorium krijg ik ook vaak die vraag. ‘Ik vind dat ik heel mooi kan schrijven, waarom kom ik niet aan werk?’ Tja, dat is moeilijk. Leg alle filmcomponisten naast elkaar en geen enkele heeft dezelfde route bewandeld. Het is een hele rare industrie op dat gebied.

CF: Heb jij een echte mentor gehad? Je noemde Martijn, heeft die je bij de hand genomen?

MK: Ja, Martijn heeft mij echt enorm bij de hand genomen. Natuurlijk krijg je na verloop van tijd meerdere mensen om je heen. Bob Zimmerman bijvoorbeeld, daar heb ik enorm veel aan gehad. Het is niet zo dat we elkaar wekelijks spreken, maar we gaan eens in de zoveel tijd te gaan lunchen. En alleen de verhalen die zo’n man kan vertellen zijn al geweldig.

CF: Hou je dan ook dingen tegen hem aan als je iets wilt weten?

MK: Nou, dat misschien iets minder. Maar op een gegeven moment heeft hij mij wel de bladmuziek van De Nieuwe Wildernis gestuurd, dat is magisch voor mij. Een kookboek van een chefkok die je onder ogen krijgt. Intiemer dan dat wordt het bijna niet, dat zijn hele mooie dingen.

CF: Als jij een nieuw project krijgt en je gaat beginnen. Waar start je mee? Heb je een vast startpunt?

MK: Nee dat scheelt per project, ook aan wanneer je erbij betrokken wordt. Een aantal vaste regisseurs met wie ik werk, daar word ik in de script fase er al bij betrokken. Dus al voor ze gaan schieten ben ik er al mee bezig, overleg ik al met de regisseur. Dat vind ik wel echt het meest relaxte, want dan ga ik ook af en toe met regisseur uit eten om het puur over de film te hebben. Wat willen we vertellen met de film, en wat wil jij dat ik ga vertellen met deze muziek? Dat vind ik echt het leukste. Maar er zijn ook momenten dat je wordt gebeld in de editing fase, en te horen krijgt ‘joh we hebben een probleem met de componist. Heb je tijd nu, de aankomende maand?’ Haha. Dat is een totaal andere manier van componeren. Want zoals ik zei, op script fase vind ik echt het meest relaxte. Een beetje melodietjes al gaan bedenken, en tegen de tijd dat ze gaan monteren ben ik al wat demo’s aan het maken en als ik de film dan krijg en kan gaan beginnen heb ik al helemaal duidelijk voor mezelf wat ik wil gaan doen. Terwijl als je nu wordt gebeld en je morgen moet beginnen, moet je de hele film nog leren kennen en snappen. Waar gaat het verhaal over, wat wil ik vertellen en wat voor rol krijgt mijn muziek. Voor mijn gevoel heb ik dan een beetje achterstand, maar aan de andere kant merk je dat die films op een andere manier ook wel weer heel avontuurlijk uitpakken.

CF: Je hebt ook muziek gedaan voor de serie Van Der Valk. Hoe ben je daar bij terecht gekomen? Een Britse serie volgens mij he?

MK: Ja klopt, het is een Engelse serie. Een remake van een serie uit de jaren ’80 en ’90. In Nederland is de eerste aflevering uitgezonden, de rest volgt nog. Ik heb een Britse agente, en die heeft enorm gevochten om deze opdracht binnen te krijgen voor mij, en dat is gelukt. Ik vind het enorm toffe serie. De aflevering duren 90 minuten, dus zijn eigenlijk een soort films. Ik mocht ‘lekker donker, maar wel orkestraal’. Het heeft een modern randje, maar heeft ook wat traditioneels. Voor mij was het echt een verademing om dit te kunnen doen.

CF: Hoeveel aflevering heeft de serie?

MK: Drie, en er zijn al serieuze plannen voor een tweede seizoen. Vanaf mei in de detective maand van de NPO wordt het volgens mij uitgezonden.

CF: Heel tof, ik ben erg benieuwd. Laten we even terugkijken naar een ander groot project waar je bij betrokken bent geweest, Wild. Hoe is dat project tot stand gekomen?

MK: Nou, Wild is geproduceerd door de producent van Dummie De Mummie en Taal is zeg maar echt mijn ding, en op een gegeven moment hebben ze mij benaderd hiervoor: ‘joh, luister. Over drie jaar hebben we een natuurfilm, heb je tijd?’. Nou, over drie jaar is mijn agenda nog redelijk leeg, haha.

Je moet je indenken, zo’n natuurfilm lijkt alsof het in een jaar tijd afspeelt, maar ze filmen in december en er ligt niet genoeg sneeuw maar een jaar later wel, dus nemen ze die scenes dan op en het is echt een puzzel. Maar ik wist dus al heel lang dat ik er bij betrokken zou zijn. Ik heb wat filmdocumentaire muziek geluisterd, ook niet teveel want ik wilde er toch ook wel mijn eigen stijl mee geven en niet teveel gekleurd worden door anderen. Voor mij was het echt een waanzinnig fijn traject. Het is heel leuk, want in wezen is documentaire muziek net weer anders dan filmmuziek. Bij film heb je immers dialoog, waar je in meegaat of je gaat tegenkleuren, daar ben je echt bewust mee bezig. Maar bij documentaire heb je dat niet, er is wel een voice-over maar soms ook 5 of 6 minuten met enkel beeld. Als je daar muzikaal te veel doet heb je bijna een soort van Disney film, waarin alles letterlijk wordt verteld door de muziek, en als je te weinig doet zit je abstract naar dieren te kijken met rare tonen eronder. Dus de balans is erg belangrijk, een hele leuke uitdaging.

CF: Heb je Wild dan ook echt gescored op de dieren die je ziet, of op de voice-over van Andre van Duin?

MK: Ja, en dan moet je je indenken dat zijn voice-over er nog niet was toen ik ging componeren dus ik moest het doen met de stem van de regie assistente. Maar dat kan nog alle kanten op. Andre van Duin geeft er uiteraard weer zijn hele eigen draai aan. Nadat zijn voice-over was opgenomen heb ik nog wel hier en daar wat met mijn muziek geschoven, om hem niet in de weg te zitten, en zo nu en dan hem verschoven om mij niet in de weg te zitten. Maar het is erg mooi geworden, hij heeft een enorm fijne stem moet ik zeggen.

CF: Ja, hij heeft een fijne voorlees stem.

MK: Haha ja, mijn guilty pleasure is Heel Holland Bakt.

CF: Nou dan zit je elke zondag gebakken (oef wat slecht). Goed, als je voor film componeert zei je al dat je dan voor personages of voor bepaalde personen schrijft, heb je dat bij Wild ook gedaan? Heb je gelet op een dier?

MK: Nou, we hadden drie hoofdrolspelers als het ware. Het edelhert, het wildzwijn en de vos, en die hebben we allemaal, niet echt een melodie maar wel een stijl en een klankkleur gegeven. Per seizoen heb ik ook andere dingen gedaan, de zomer met veel warmere instrumenten bijvoorbeeld, de winter vaak met ritmische patronen alsof je als het ware de sneeuw hoort vallen. De lente heb ik heel springerig en huppelig gemaakt, vanwege alle jonge diertjes. Maar in de herfst wilde ik de wind terug laten komen. Dus dan zit je te denken thuis als je onder de douche staat, hoe ga ik dat nou voor elkaar krijgen? Zal ik dan iets met blaasinstrumenten… nee dat is ook weer cliche. Dus uiteindelijk heb ik van die stofzuiger slangen gekocht die je bij de speelgoedwinkel kunt kopen, waar je mee rond moet draaien om geluid te krijgen. Daar heb ik er een stuk of 20 van gekocht, allemaal op verschillende lengtes afgeknipt zodat je alle tonen hebt en daar stond ik dan. Om 2:00 ’s nachts in mijn studio microfoons op te hangen en vervolgens als een gek die slangen boven mijn hoofd te slingeren, om die wind maar te genereren. En dat werkte uiteindelijk heel tof.

CF: Je zei helemaal aan het begin trouwens tegen mij dat je nog een leuk nieuwtje had over Wild. Vertel!

MK: Ja, heel leuk. Eind dit jaar, rond oktober, is er een groot concert genaamd Magic of Movies. Dat is een grote harmonie en fanfare bezetting, veel houtblazers met slagwerk en koor dus. Die hebben een programma over filmmuziek en die lichtten een aantal Nederlandse componisten uit, waaronder mij. Ze zullen dan onder andere een bijna 20 minuten durende suite van Wild ten gehore brengen.

CF: Tof, klinkt erg interessant.

MK: Een enorme eer. Je schrijft muziek toch voor zo’n film, terwijl je aan het schrijven bent kijk je ook de hele tijd naar die film. Dat is het enige waar het voor dient, maar als je muziek daarna dan nog een soort tweede leven krijgt is een waanzinnige eer.

CF: Dat kan ik me goed voorstellen. Trouwens, over orkest gesproken, met hoeveel verschillende orkesten heb jij inmiddels wel niet samengewerkt?

MK: Zo, pfoe. Ik werk zo nu en dan op Tenerife, een paar keer in Belgie, Bulgarije, Nederland natuurlijk met het Metropool en het Gelders orkest, maar ik neem nu het meeste in Praag op.

CF: Wild was volgens mij met het Gelders orkest toch?

MK: Ja klopt, dat was een lokaal product.

CF: Het orkest van Praag. Werk je daar veel mee samen omdat het jouw voorkeur heeft of is het het meest praktisch?

MK: Ja, beiden eigenlijk. Na de Tweede Wereldoorlog zijn zij begonnen met filmmuziek opnemen, want toen had Tsjechoslowakije wat het toen nog was een enorme filmindustrie. In de jaren ’70 en ’80 zijn ze toen veel voor het buitenland gaan doen, het is echt een enorme machine inmiddels. Ik kom daar met mijn harde schijfje, twee uur later staat er 80 man te spelen en nemen we het op en weer een paar uur later zit ik weer in het vliegtuig terug. Dat gaat echt op een heel hoog niveau, want als een muzikant live spelen of in een studio zit echt een enorm verschil tussen. En zij zijn er echt heel goed in, en praktisch gezien; ik hoef daar niks te regelen. Ik stuur gewoon een mailtje met de bezetting die ik wil, en kan ik op deze data opnemen? Ik hoef me alleen maar op mijn muziek te focussen, zorg dat de partituur op het juiste moment op de mail staat en that’s it.

CF: Als je daar bent, dirigeer je dan ook zelf?

MK: Soms wel ja. Bijvoorbeeld voor Van Der Valk, die heb ik helemaal zelf gedirigeerd. Ook omdat het een kleinere sectie is. Binnenkort zit ik daar (in Praag) begin maart weer voor De Piraten Van Hiernaast, een film van dezelfde regisseur als Dummie De Mummie (Pim van Hoeven). We zitten daar dan twee dagen, dan dirigeert mijn goede vriend Diego Navarro. Een Spaanse componist en festival directeur van een groot filmmuziek festival. Die man gaat de hele wereld over om filmmuziek concerten te dirigeren. Hij is inmiddels echt een goede vriend van mij, en ik maak vaak arrangementen voor zijn concerten en nu had ik zoiets van, ik heb dit nu vaak voor jou gedaan dus kom jij nu een keertje voor mij dirigeren? Hartstikke leuk, dat is haast een familie en echt heel leuk om te doen.

CF: Dat kan ik me voorstellen inderdaad. Goed, heikel puntje wellicht. Budgetten en films.

MK: Ha, ja.

CF: Er wordt vaak gezegd dat de muziek een sluitpost is, oftewel je moet het doen met wat er over is. Hoe gaat dat precies in zijn werk, voor diegenen die geen idee hebben hoe zo’n budget in elkaar zit?

MK: Haha, wil je dat ik nummers ga noemen?

CF: Nee, een globaal beeld.

MK: Het is een samenloop van omstandigheden. Je moet je indenken dat de computers waar ik muziek op schrijf, die samples, die klinken steeds beter en beter. Ik componeer dus niet achter mijn piano maar achter mijn computer. Ik druk op play en de film begint te lopen, en ik begin te componeren, op beeld dus. Dan heb ik dus nep violen, een nep harp etc. en dat klinkt beter en beter. Een producent kan dan vaak denken: dit klinkt al zo goed, waarom zou ik extra geld uitgeven voor een echt orkest? Daar is op zich wat voor te zeggen, maar er zit dan geen emotie in. Het zijn de juiste noten, maar er zit geen emotie in. Met een computer kan ik iemand heel verdrietig maken, maar met echte muzikanten kan je mensen laten huilen. De imperfectie, wat vaak emotie met zich meebrengt, daar vind ik geen prijskaartje aan te hangen bijna. Dus het is een sluitpost, er wordt op bezuinigd maar ik mag gelukkig zeggen dat ik inmiddels op projecten zit waar er wat meer budget voor is. En is dat er niet, dan ga ik ook geen orkest nabootsen. Want als een film een kleiner budget heeft, is het vaak ook een intiemere film en heb je dus geen groots orkest nodig. Dat gaat hand in hand, want met een grote rampenfilm krijg je een groot budget. Maar met een intiem familie drama dat zich op een enkele locatie afspeelt heb je daar ook een groots symfonie orkest voor nodig.

CF: Over grootst orkesten gesproken, we gaan even naar John Williams, de koning van de grootse orkesten wellicht. Empire of the Sun, waarom heb je deze gekozen?

MK: John Williams was onlangs jarig, en zat ik te denken “wat zijn nou echt de eerste scores die ik me van hem kan herinneren?”, en dat waren er twee. De eerste is Indiana Jones and the Temple of Doom, en de tweede is Empire of the Sun. In beide gevallen zitten er twee jonge mannetjes in, bij Empire of the Sun is dat een hele jonge Christian Bale en bij Indiana Jones is dat Short Round, zijn hulpje. Zij waren de leeftijd die ik had toen ik de films zag, dus ik kon me identificeren met ze. Empire of the Sun is een verschrikkelijk heftig verhaal, een oorlogsfilm, maar Christian Bale’s personage is helemaal gek van een bepaald vliegtuig. Op een gegeven moment zit hij in een detineringskamp van de Japanners, en komen die vliegtuigen over om de boel te bombarderen en hun te bevrijden. Heel heftig met explosies, veel verdriet natuurlijk, maar hij (Bale) klimt op een toren en ziet zijn lievelingsvliegtuig voorbij vliegen. Door de muziek wordt het een bijna religieuze ervaring, die jongen ziet eindelijk wat hij altijd had willen zien. Wat voor alle volwassenen een hel op aarde is, de bombardering, komt zijn droom uit; hij ziet het vliegtuig van dichtbij. De muziek van Williams is heel mooi en intens, maar hij heeft ook een soort kinderlijkheid in zich.

CF: Onlangs zijn de Oscars uitgereikt, waar ene mevrouw Hildur Guðnadóttir heeft gewonnen. Wat een naam trouwens.

MK: Ik moet wel zeggen dat jij haar naam het meest vloeiend uitspreekt van iedereen die ik ken.

CF: Ik heb geoefend! Vond jij haar de terechte winnaar?

MK: Pfoe. Nou weet je, alle genomineerden vond ik goed. Er zijn ook wel eens een stuk mindere jaren geweest. Ze was niet mijn persoonlijke favoriet, het paste perfect bij de film hoor, maar ik had heel terecht als Thomas Newman voor 1917 had gewonnen. Erg goede score.

CF: Zeker, en het zou meer dan terecht zijn als Thomas Newman de Oscar eindelijk eens zou winnen. Want hij zit er al lang op te wachten…

MK: Nou, 15 nominaties, zoiets?

CF: En er zijn al zóveel scores van hem geweest die hem verdiend hadden. Maar hij heeft wel de pech dat hij altijd in zo’n sterk deelnemersveld genomineerd is als ook dit jaar.

MK: Ja klopt, hij was met zijn neef genomineerd he dit jaar? Randy Newman. Die heeft er al wel een paar.

CF: Nou zeg dat wel. Even terug naar jou. Als we kijken naar jou eigen muziek, dit gaat echt een ontzettend vervelende vraag worden hoor.

MK: Ok, ik bereid me voor.

CF: Wat is jouw absolute favoriet van jezelf?

MK: Hahaha! Oh god. Geen idee, elk moment van de dag is dat weer anders. Alle muziek die je schrijft komt ergens vandaan. Een bepaalde fase van je leven, een bepaalde flow, een bepaalde connectie met de film die je doet. Het zijn allemaal belangrijke dingen die invloed hebben. Maar tja. Ik ben op Wild heel trots, op Van der Valk ook, de favoriet is eigenlijk degene die je aan het maken bent want die kan nog beter worden. Als de deadline dan voorbij is, dan is het wat het is, maar tot die tijd is er altijd de hoop van “het kan nog echt heel goed worden” haha.

CF: Zou je dan tot op de dag van release nog kunnen sleutelen?

MK: Nou ergens ook weer niet, want dan over-produceer je het. Dat vind ik het fijne ook wel. Gemiddeld krijg ik voor een film zo’n 8 weken, 8 weken om ruim 90 minuten beeld te voorzien van muziek. Dat is best hard doorwerken. Aan de ene kant heel heftig, aan de andere kant ga je daardoor op instinctieve wijze aan de slag. De tijdsdruk behoedt je daardoor dat je het kapot gaat produceren. Ik kan bij wijze van spreken bij elke noot denken “is dit de juiste”, maar als je die tijd niet hebt dan doe je het gewoon.

CF: Je gaf eerder in ons gesprek aan dat je het fijn vindt om te werken op basis van script, en dus al heel vroeg betrokken te zijn. Je hebt de muziek voor Gek van Oranje gedaan, was je daar al vroeg bij betrokken?

MK: Uhm, nee. Dat was echt een geval van “he Thijs, hoe zit jij de aankomende twee maanden?” Een paar dagen later had ik een Quicktime in mijn mail van de film die af was.

CF: Dat gebeurd ook niet vaak, scoren op beeld dat al helemaal af is.

MK: Nee, zeker niet. In dit geval was het wel lastig, want het was een ensemble film. Een echt mozaïek verhaal waarin vijf verhalen, net als in Love Actually, samenkomen. Het zijn vijf gezinnen, man en een vrouw, dus 10 personages met eigen verhaallijnen en raakvlakken. Heel tricky, want hoe ga je daar muzikaal op in en waar neem je afstand? Als ik voor alle 10 de personages een thema schrijf, is dat veel te kort om je tanden in te zetten en wordt het chaos. Dus dan moet je met overkoepelende thema’s gaan werken, een voor verdriet, een voor liefde. Je kan dan wel uitbreiden door bij de ene hoofdrolspeler iets meer dit te doen, en bij de ander iets meer dat. Een puzzel die je het liefst op script basis maakt, maar dat ging dus niet. Toen ik er aan begon was het orkest al gepland, en vechten tegen de tijd. De film is helaas geen mega succes geworden, alhoewel ik het wel een hele leuke film vind nog steeds.

CF: Zullen we even naar de toekomst kijken? Waar ben je op dit moment mee bezig?

MK: Ik ben op dit moment bezig met Piraten van Hiernaast, op 22 april in de bioscoop te zien. Ik heb gister (13 februari) mijn laatste stuk muziek gecomponeerd, nog even de laatste puntjes op de i en dan gaan we opnemen met orkest. Daarna ga ik beginnen aan Engel, een boekverfilming van een boek van Isa Hoes met regie van Dennis Bots. En dan een aantal projecten waar ik nu nog niet veel over kan zeggen, ze zijn nog niet helemaal zeker. Maar vanaf september waarschijnlijk seizoen 2 van Van Der Valk.

CF: Je gaat Piraten van Hiernaast weer opnemen met het Praags Orkest, uit hoeveel koppen bestaan die?

MK: Zoveel als ik wil haha, of nouja. Zoveel als mijn budget toelaat. Maar voor de Piraten film zitten een dag met 30 strijkers, en een dag met 30 strijkers, 8 houtblazers en 11 koperblazers.

CF: Hoe werkt het precies voor een orkest opname, betaal je per sectie, per persoon, per uur?

MK: Je betaalt per persoon in een sessie, die zijn 4 uur. De muzikanten betaal je een bedrag, de translator, je huurt de studio, recording engineer, een redelijke bulk geld. Dus de vraag die je altijd stelt is, voor deze muziek heb ik dan voldoende aan 1 sessie?

CF: Heb jij nog een droomproject, als dat zou lukken dat je zegt: dit moet ik doen?

MK: Pfoe, nou… ik wil graag nog een science fiction willen doen, Paul Verhoeven is een naam die te hoog gegrepen is en daardoor een droom project.

CF: Nouja, Paul Verhoeven en SciFi gaat goed samen. RoboCop, Starship Troopers…

MK: Ja! En Total Recall, te gekke muziek ook.

CF: Over Science Fiction gesproken, we gaan nog even een keer naar muziek. Arrival, van de helaas veel te vroeg overleden Johann Johannsson. Waarom deze?

MK: Twee redenen. Ik ben (of was) enorm fan van de man, en ben enorm blij dat ik al jaren samen werk met de orkestrator van hem. Hij schrijft de nootjes op papier die ik bedenk, en dat deed hij ook voor Johannsson. Een goede vriend van mij ook. Hij was echt een buitengewoon goede componist. En twee de film, het gaat over buitenaards en aards, en de communicatie daartussen. Hij heeft dat heel simpel in de muziek gedaan door houtpercussie, wat aards is, bewerkte piano tonen die heel buitenaards klinken, en daartussen hoor je een koor communiceren. Letterlijk een klank aards, een klank buitenaards en iets dat het verbind. Te gek gedaan.

CF: Matthijs, mag ik jou hartelijk dank voor je komst.

MK: Graag gedaan, het was erg leuk om te doen.